Waarom je alles en niets bent

In mijn ogen ben je alles:
Omdat je de wereld bent die je waarneemt. Je kunt namelijk niet om je waarneming heen, van al je zintuigen. Het bewustzijn is zijn inhoud.
Ook ben je niets:
Omdat je niets kunt vasthouden wat je waarneemt. Alles betekent verandering.
Maar… Nu neem ik een boom waar en straks niet meer. In beide gevallen neem ik waar. In beide gevallen is er sprake van bewustzijn. DAT ben jij.
Jij bent het filmdoek waarop de film wordt afgespeeld.
Je kunt geen een gevoel of gedachte vasthouden zonder dat deze toch weer verdwijnt. Hoe waar deze misschien ook voor jou zijn, hier en nu. Ook kun je ze niet ontkennen, want ze zijn er immers dan. In beide gevallen ben JIJ. In beide gevallen is er sprake van: ik ben.
Ik ben, is bovenal waar. Maar niet als bezit. Je kunt ik ben niet bezitten, omdat je nu eenmaal ik ben zelf bent. ‘Wie Ben Ik?’
Ik ben, is het schone gevoel zijn.
Maar in onwetendheid zijn we onze bodymind (denken-lichaam). Er is sprake van een onnodige identificatie.
Je hebt zeg maar drie (vier) toestanden:
Je bent een stuk klei, enkel een stuk klei.
Je bent een pot gemaakt uit klei.
Je bent de ruimte in de pot.
En wanneer de pot breekt, zijn de innerlijke ruimte en de ruimte buiten nimmer gescheiden geweest.
Ik ben is God. God is ik ben.
Het filmdoek is niet in conflict met de film. De film zelf is zo goed of slecht als ie is.
Je bent wel in de wereld maar niet van de wereld. Zoals het filmdoek een lijkt met de film. Maar als de film stopt verdwijnt daarmee niet het filmdoek.

Geef een reactie