Chandra’s ervaring

‘Je kan onvoorwaardelijk gelukkig zijn, geluk kent geen voorwaarden. Dat was een gedachte die ik me in mei 2003 realiseerde. Mijn lichaam leek van binnen uit te imploderen. Er kwam licht vrij dat vanaf mijn hartstreek de weg naar boven vond. Mijn hoofd leek ‘te verdwijnen’ want de energie die vrijkwam, vulde de hele atmosfeer om me heen. Ik was ‘hoofdloos’, zonder gedachtes.

Ik wist een moment niet meer wie ik was als persoon. Maar was me wel honderd procent bewust. Mijn verbondenheid met m’n omgeving, de wereld om me heen, was groot. Er was alleen maar compassie en het besef dat de mens onvoorwaardelijk gelukkig mag zijn.

Ik vulde de hele kamer met m’n energie, de kamer leek in mij te verdwijnen en ook alles wat daarbuiten lag. Mijn partner was een moment ‘onbekend’ voor mij.
Ik herkende hem niet, dit ging ook gepaard met een lichte angst die niet ging domineren. De minuten en uren daarna voelde ik me gedachteloos maar vol liefde en verbondenheid met de wereld om me heen. Dit duurde zeker een week.
Energie bewoog zich rond mijn buikstreek en leek uit te gaan naar de mensheid. De gedachteloosheid hield een half jaar aan. Dit alles noemde hij mijn ontwaken/satori. Ook wel zelfrealisatie.

In die periode kende ik soms ook angst. Ik had gezien dat ik ‘bodemloos’ ben. Dat de grond waarop ik me bewoog al die jaren, alleen maar gedachtes waren. Gedachtes waarmee ik me had leren identificeren. En waardoor en waaraan ik mijn identiteit ontleende. Maar daarachter, onder, in mij was er die gigantische ruimte van waaruit die gedachtes oprezen. Als een golf die aanzwelt naar een hoogtepunt en daarna volgen veel meer golven. Die zee van gedachtes was nu stil komen te liggen en daar, onder die waterspiegel, lag de peilloos diepe oceaan. Waarvan de bodem niet in zicht was. Dit alles
‘bedacht’ ik niet maar had ik gezien in mezelf en dat maakte me bang.

Ik was/ben ‘niets’. Maar tegelijkertijd juist een volle leegte van waaruit of waarin alles ontstaat. Eigenlijk ben ‘ik’ eeuwig en dat maakt me ondefinieerbaar. Gedachtes keerden terug, maar de illusie van de identificatie niet.

Zonder voorwaarden gelukkig zijn betekent dat er niets voorafgaat aan dat geluk. Het is geen emotie gebaseerd op een prettige situatie. Het is daar, je bent het. Het is een staat van zijn dat bevrijd is van welke associatie dan ook. Dit geluk is overschaduwd door het denken en de afwezigheid van levensvertrouwen. Levensvertrouwen is het innerlijk weten dat we er reeds zijn en dat niets ons daarvan af kan brengen.

Het is het weten dat de kern van ons wezen vrij is. Iedere verstoring van die vrijheid is gecreëerd door het denken en de identificatie met dit denken en de hieruit voortvloeiende omstandigheden.

De goddelijke staat van de mens is vrij van iedere associatie en behoort daarom niemand toe. Het is er. En behoeft geen uitleg. Het is een ruimte waarin vrede en tijdloosheid samengaan. Het is de hemel die zich binnen onszelf manifesteert.’