Mijn verhaal

Ieder zijn ervaring, inzicht, doorbraak, transformatie… maar het is niet altijd makkelijk te peilen waar iemand werkelijk zit met zichzelf.
Juni 1987 leerde ik God in mezelf kennen. Dit goddelijk zaad groeide verder uit… We denken altijd God te kennen maar het verstand blijft achter Hem aan hollen. Nimmer zal het denken God werkelijk kunnen vatten.
God heeft oneindig veel gezichten. Daarvan is geluk, licht en liefde volgens mij de meest opvallenden.
Ook kun je beweren dat God niets is, leegte.
En waar het vooral omgaat is dat je realiseert, dat de zoeker het gezochte is.
Op 19 juni zag ik God buiten mijzelf om vervolgens hem in mezelf te zien.
In 2017 leerde ik hem opnieuw ontmoeten. Ik zag een licht en dat licht werd mij. Dat licht was een spiegel waarin ik mezelf volmaakt zuiver, direct zag. Gedachten, gevoel, lichamelijke ervaring.
Dat licht is tevens liefde. Het is bewustzijn zelf. HET is volkomen heilig.
Onder Jiddu Krishnamurti* leerde ik vooral de gedachte kennen: ‘Je bent de wereld die je waarneemt.’ … ‘Bewustzijn is zijn inhoud.’ Bij een ervaring van non-dualiteit ervaar je je ook een met alles. Dan ervaar je enkel liefde. Je ervaring van afgescheidenheid verdwijnt als sneeuw voor de zon.
Maar… je bent ook niet de wereld die je waarneemt. Je bent DAT. Jij bent het Bewustzijn waar alles zich in manifesteert. Als ‘ik ben’ praat je over ervaringen van afgescheidenheid en non-dualiteit. Maar als je de bodymind ver achter je weet te laten, leert ‘ik ben’ God kennen. Ik ben word een met God. Vergelijkbaar met dit voorbeeld: Je bent een stuk klei, daarvan wordt een kruik gemaakt. En daarmee is er een ruimte in jou gekomen, niet waar? Het ego (bodymind) is het aardewerk, de kruik. Het ego kent enkel zichzelf. De ruimte in de kruik, is ‘ik ben’: deze realisatie wordt ook wel zelfrealisatie genoemd. Maar er bestaat helemaal geen afzonderlijke ruimte. Deze ervaring komt door de bodymind, die denkt dan in termen van: atman en Brahman. De druppel en de zee. Maar als de kruik kapot gaat, is er nimmer sprake geweest van binnen en buiten. Er is dan enkel ruimte voor God. Tat tvam asi.
Een ervaring van non-dualiteit overkomt ons allen, vroeger of later. Je leert daardoor ‘ik ben’ kennen, binnen een ervaring van: afgescheiden zijn en niet-afgescheiden. Je kunt dan gaan navelstaren op ‘ik ben’, zoals velen dan ook doen. En steeds zeggen dat alles een is. Maar in werkelijkheid zit jij nog steeds opgesloten in die kruik als het zogenaamde atman. Dan struikel je op een dag over je eigen ego (bodymind) en barst de kruik. De kruik valt weg. Als God in de mens komt wonen heeft hij maar een doel: dat de zoeker zichzelf volledig leert kennen als het gezochte. En dat gebeurt als de kruik wegvalt.
Verlichting is niet jezelf los zien van alles, als ik ben. Of denken dat alles een is. Maar dat jij DAT bent. Ik ben is IK BEN. Er bestaat geen binnen en buiten of buiten en binnen. 

*Toen ik zestien jaar oud was leerde ik JK kennen. Ik zag hem daarna jaren later in Amsterdam, tijdens een lezing.

Luister ook eventueel naar dit gesprek, over DAT ben ik.

Deze pagina als PDF