‘Non-dualiteit’ als ziekte…

…of oplossing?
Non-dualiteit als concept en geloof is een ziekte. Maar wanneer we non-dualiteit slechts simpelweg onderkennen in ons leven niet.
Als non-dualiteit geen feit is, moet het wel de zoveelste vlucht worden voor een leven vol van frustraties.
Zeggen dat alles een is, is simpelweg geen oplossing. Omdat je namelijk dan ook het tegendeel kan beweren en zien! Zoals oorlogen. Zoals onderdrukkingen. Zoals discriminatie.
Zeggen dat alles energie is en daarom een, snijdt ook geen hout. Goed, dan is alles energie en een. Wat dan?
Beweren dat er geen goed en kwaad bestaat, dat er geen vrije wil bestaat en dat alles gebeurt, geeft ook geen oplossing. Want ‘Wie’ zegt dat dan? Hoe weet je dat dat waar is? Het is dan ook de zoveelste aanname! Slechts een filosofie dat jou misschien een vrij gevoel geeft. Meer niet! Waarom niet? Heel simpel: Want je loopt dan toch wel te brullen als iemand jouw kind iets verschrikkelijks heeft aangedaan of dat je opeens je baan verliest en daarmee inkomen! En dergelijke….
Filosofie als hobby maar niet als oplossing.
Vrede vind je niet door een of andere filosofie te accepteren.
Vrede is er of niet. In oorlog kun je vrede voor jezelf gaan ontdekken of niet. Zo niet dan zal jij met oneindig veel anderen de oorlog in de wereld blijven bevestigen wat we al oneindig veel jaren doen.
In oorlog kunnen we het licht voor onszelf gaan inzien. Wanneer we van oorlog de totale onzinnigheid ervaren en niet dat alles zogenaamd een is. Dat zien, kan enkel hier en nu plaatshebben.
Non-dualiteit, niet-twee, is een verwijzing naar dat jij God bent. Dat jij Brahman bent. Dat jij Dat bent. En God is wel in de wereld maar niet van de wereld. Dat betekent dat je niet geïdentificeerd bent met oorlog. Dat je er in alle vrijheid naar kan kijken. Op die manier moet je de onzin, de oneindige wreedheid er wel van inzien. Maar ben je geïdentificeerd met je land, natie, et cetera. Dan is en blijft oorlog onvermijdelijk.
Eenheid betekent ook liefde voor alles en iedereen. En geen filosofie is sterker dan liefde.
Namaste.

Non-dualiteit onderuit?

Kijk, de filosofie van non-dualiteit bevat vaak ook gedachten als schepper en schepping. Dat ‘God’ alles is.
Het geloof in een schepper maakt dat dan ook weer mogelijk.
Volgens mij kun je hoogstens zeggen dat alles wat we waarnemen, energie is. Dat ‘alles’ daarom een is.
Maar Dat wat we werkelijk zijn is geen materie of energie. ‘God’ is niet onderworpen ergens aan, zogezegd. Maar ‘God’ is niet de schepper van de wereld die we waarnemen. Zowel, dan zou hij er ook onderdeel van uitmaken!
Dat wat we werkelijk zijn is tijdloos. En materie kent tijd. Zelfs een super kleine fractie van een seconde is tijd.
Nu haal ik even hier Charles Darwin aan, die de hele wereld op zijn kop zette en nog hier en daar! Welke filosoof, onderzoeker, verlichte,… in het verre verleden kende de evolutietheorie, zoals Darwin uiteenzette? We denken vaak de evolutietheorie te begrijpen maar die zit best wel gecompliceerder in elkaar, bij nader inzien. Want ook heel vroeger dacht men al aan evolutie.
Darwin verwierp het bestaan van een schepper. De natuur volgt gewoon zichzelf.
Geloof je echter in een schepper, zoals vrijwel iedereen vroeger deed (- behalve met uitzondering bijvoorbeeld de Boeddha, want die verwierp dat idee ook al), dan ben je gevoelig, sta je open voor het verhaal dat alles een is. Dat alles God is, et cetera.
Maar… Darwin beweerde weer niet dat God niet bestond (of wel bestond). Eigenlijk deed de Boeddha dat ook. Hij vond ‘God’ niet relevant, te metafysisch. Waarom zou je dat vraagstuk proberen op te lossen als je nu lijdt? Zijn leer ging direct in op het lijden van de mens en het beëindigen daarvan.
Goed, als er geen schepper bestaat, iets of iemand die alles heeft bedacht en gemaakt, kom je gewoon uit bij de wereld die we simpelweg waarnemen. Ja, alles is een, omdat alles energie is. Maar niet een, omdat de wereld ook ‘God’ is.
Dan kom je weer bij de al oude gedachte: Wel in de wereld zijn maar niet van de wereld zijn.
Volgens mijn beste inzien, is het een volkomen dwaalleer om te zeggen dat alles hetzelfde is. Want dat is dus niet zo, nader bekeken. Zoiets vraagt radicale zelfkennis. Nu, direct, tijdloos, zonder dat daarin gedachten de heersende partij zijn. Want gedachten vertegenwoordigen tijd. Achteraf kun je altijd gedachten ergens overhebben.
Je bent niet je gedachten: wel menselijk gesproken, omdat gedachten heel praktisch kunnen zijn. Zoals de gedachten van een wekker zetten, op tijd opstaan, en dergelijke.
Volgens mij is het nuttig om eens nader de evolutietheorie te bestuderen. Zodat we de filosofie van onze voorouders opnieuw bekijken.
Een zelfcorrigerende non-dualisme. 😀
In God zijn we een. Omdat in God geen afgescheidenheid bestaat. Liefde kent geen afgescheidenheid. Maar liefde, God of welke naam je Het ook geeft: is niet de wereld. Noch de schepper ervan.
Het bestaan is onderworpen aan zichzelf. Maar Dat wat we werkelijk zijn, is nergens aan onderworpen. Toch verandert onze samenleving door Dat, als we Dat als onze ware natuur leren kennen.

De ervaring van non-dualiteit…

…betekent voor ‘ik ben’, het einde van de ervaring van afgescheidenheid.
Maar iedere ervaring is tijdelijk, dus ik ben blijft in problemen zitten.
Een snoeppot leeg trekken, geeft ook tijdelijk een ervaring van non-dualiteit of een orgasme of bijvoorbeeld een joint. Maar hardlopen en joggen kunnen ook een plezierige ervaring geven, niet waar? Maar het betekent nimmer het echte oplossen van ik ben.
Dus mensen raken makkelijk verslaafd of gaan op zoek naar een herhalende ervaring van non-dualiteit bijvoorbeeld door satsang.
‘Ik ben’ hevig op zoek naar verlossing.
Zijn verlossing ligt niet in een nieuwe ervaring maar in DAT wat we werkelijk zijn, het Absolute. We zijn niet de wereld die we waarnemen, we zijn DAT waar alles in verschijnt. En DAT is niet op zoek naar enige ervaring. Eigenlijk is DAT de enige echte ervaring, ervaren, zogezegd.
Sri Ramana Maharshi noemde dat ook wel bliss.
Je vindt je vrede niet in deze wereld. Maar in DAT wat je werkelijk bent. De wereld is slechts een begoocheling. Omdat de wereld jou de indruk geeft, dat zij de waarheid is. Dat de waarheid daar ligt en niet in jezelf. Het gaat om het subject, dat zichzelf weet te verlossen door DAT. Ik ben vind enkel tijdelijke rust in de wereld, de wereld van ervaringen.
DAT is het licht der wereld. Sommigen noemen DAT God.
Jij bent gelijk aan God, je bent DAT. Maar je twijfelt daaraan, omdat je het licht niet direct hebt gezien. De druppel is de zee. De zee is een en al druppels. De ruimte in de pot is niet anders dan de ruimte buiten de pot. Er bestaat geen binnen en buiten. Er is enkel DAT.
Maar zolang als we liever zoet worden gehouden door welke ervaring ook, zullen we nimmer onze verlossing verwerkelijken.